Feestgids

Artikel geschreven voor de feestgids ter gelegenheid van 50 jarige bruiloft van Echtpaar Paas-Meessen Irma wordt geboren op 28 december 1920. Zij is de eerste van het echtpaar Dien en Sjeng Meessen. De geboorte vindt plaats in de Geerstraat, boven de poort en naast Ome August. Haar opa en orna heten Frederik-Hubert Meessen en Maria Elisabeth van Lo. Irma gaat naar school op de Maria-school in de Looierstraat. Hier blijkt dat ze goed kon schrijven en tekenen, vooral met oost-indische inkt. Op school staat ze bekend als Irmke. Irma weet, ondanks voortdurende plagerijen van haar vader, zich de Charleston eigen te maken. Het feit dat ze geen hakken meer onder haar schoenen mocht hebben doet daar niets aan af. In de gemeente Schaesberg, om precies te zijn in het buurtschap Palemig, wordt op 16 juni 1917 een zoon Johan Jacob bij het jonge stel Mathijs Joseph Paas en Maria Josepha Starmans geboren. Het geboortehuis is het huis waarin oom Nikola heeft gewoond. Het huis staat er nu nog: Sint Barbarastraat 122, het huis van kapsalon Alex Packbiers (in 1989). Sjaak is de eerste van 3 kinderen. Hij gaat in zijn jeugdjaren naar de Amoldusschool in schandelen. De jonge Paas blijkt een studiebol te zijn. Na alle klassen te hebben doorlopen gaat hij naar de mulo. Nadar hij 2 jaar op de mulo heeft doorgebracht is hij afgestudeerd. Hij gaat het stadse leven in en wordt verkoper bij de Heerlense firma Pieters Dorty. Wat hij verkoopt is kostuums. Verkopen heeft hij al vroeg geleerd. Zijn ouders hadden in Palemig ook een winkel. Sjaaks kreet, "Mam 't hupke eëlend is in d'r winkel" is historie geworden! In oktober 1938 begint hij ondergronds te werken. De OVS (Ondergrondse Vakschool) werd overgeslagen, want ondergronds kon je meer verdienen. Om houwer te worden moest je eerst een aantal jaren ondergronds als sleper werken. Als dat naar tevredenheid geschiedde, dan werd je bevorderd naar loonklasse 7/10. Na nog een jaar ging je dan naar loonklasse 8/10. Hierna kon je examen doen als houwer en als je dat met goed gevolg aflegde kon je een volwaardig loon krijgen. Dit is bij Sjaak (Kúúb) ook gebeurd. In de winter van 1938 springt tussen Sjaak en Irma de eerste vonk over. Op de Meezenbroekervijver. Irmke en Sjaak mochten niet alleen gelaten worden, en kregen steeds een chaperonne mee, kleine Ria. Van afpersing was geen sprake, maar toch werd kleine Ria (toen 5 jaar) steeds voorzien van ijsjes. Ria kende de knappe vent uit Palemig al voordat Sjaak zijn opwachting deed bij famille Meessen. Toen Sjaak zieh kwam voorstellen kreeg Ria van haar vader de volgende opdracht: "Geef deé hier uns a hendje", Ria voldeed daaraan met het uitspreken van "DAG JONG". Op 19 oktober 1939 trouwt het jonge stel. De dreigende oorlog en de mobilisatie versnelt het huwelijk. Van de huwelijksnacht komt niet veel terecht. Van de Koningstraat (ouderlijk huis van Irma) komt n.l. onder aanvoering van een accordeonist een bruiloftstoet naar Palemig. Weg huwelijksnacht! De mobilisatie komt eraan, Sjaak vertrekt al snel naar Den Haag. Irma is daar een poos bij hem. Den Haag wordt onveilig gemaakt door die kleine Limburger en een Zeeuwse dienstkameraad Jan de Brouwer. Harde jaren die oorlog. Orie peuters worden geboren. Jeannie, Marté en Wino.: De "dikke Berta" knalt enorm, de V2's vliegen over. Veel eten is er niet. Dan is de oorlog voorbij. Om aan eten te komen wordt er gestolen uit een barak en zelfs uit eern auto. Dan komen de Amerikanen, Ene Charley McCue, en de andere Scotty. De oorlog is voorbij. Familie Paas verhuist naar Versiliënbosch, naar Vrouw Hulstein en Ciska Bruineberg, naar Kaspersak en Mestrini, naar [amilie Jansen op de Hoek, en naar Alie en Mat Aspers. De famille groeit, een keeshond komt erbij en d'r Ger "weét gebore". Het is de tijd van de hoorspelen, van de bonte dinsdagavond-trein. De kinderen gaan trouw om zeven uur naar bed. (worden gestuurd). Jacob Paas wordt schiethouwer op de Oranje Nassau IV. Met "d'r bleek en d'r pungel" en de boterhammen ingepakt in krantenpapier wordt dag in dag uit gezwoegd voor vrouw en kinders, Sjaak trachtte geld te sparen, dat lukte. Er werd alleen niemand betaald want Irma (een flinke meid nu) was te royaal. Sjaak doet aan thuisbankieren en verstopt 25 gulden in de lamp. De 25 gulden wordt uiteraard door Irma gevonden, want er moeten ook lampen gepoetst worden. Op een dag zit Sjaak aan tafel, thuisgekomen van dagdienst. Plotseling springt hij verschrikt op. Hij roept: "inne "Sjuuet is neet afgegange". Hals over kop gaat hij terug "noa de koel" en waarschuwt juist op tijd "de volgende schich", De dynamiet-patroon heeft geen nare gevolgen gehad. De familie wordt nog groter. Ria (dat ijsvretertje) is intussen getrouwd en komt een paar weken, samen met haar man Huub inwonen. Sjaak en Irma maken dan de grootste "reis" van hun leven. Schiphol en Volendam worden bezocht, Ria zorgt voor de kinderen, gaat met ze naar de Hitjesvijver en komt niet meer bij van het lachen als het gifkikkertje Wino probeert om met 2 benen in een pijp van een veel te grote zwembroek te komen. (of was het een zwempantalon ?) Sjaak zat in het bestuur van ''V.V. Nieuw Einde". Hij moest vaak naar vergaderingen, welke steevast uitlopen op een drinkgelag. Laat in de avond waggelde hij dan naar huis. Irma wilde dan nooit met hem praten. Dus werden dan de kinderen opgezocht. Die durfden toch niets terug te zeggen. Versílíënbosch is niet de juiste omgeving voor de opgroeiende kinderen. De jeugd vecht dag in dag uit, eerst tegen Heksenberg en daama tegen de Langeberg. Met katapult en slinger. Marté zit er geregeld tussen. Wino is bevriend met Matje Aspers. Hij brengt een goeie overjas naar de loemeleboer Piet en krijgt daar een paar knikkers voor. En een hoop last met een flink pak slaag. De Paasboys halen allerhande kattekwaad uit. Het zijn echte jonge boefjes. Namen zoais Knoest, Pukkel en Eisenhouwer zijn bijnamen welke in die periode vaak worden gehoord. Marté zit met een paar vrienden bij ene meneer Rijks aan de appels. Zij worden betrapt en Ríjks krijgt Marté te pakken. Hij sluit hem op in een schuur, in afwachting van de komst van de politie. Als je nagaat dat de politie van Heerlerheide met de fiets moest komen, dan kan je je voorstellen hoe lang Marté vermist is geweest. Oom agent heeft Marté toen naar huis gebracht (100 meter). Marté kreeg ze uiteraard flink op de sodemieter. En daama werd meneer Rijks (terecht) uitgescholden voor alles wat lelijk was. Soms kregen ze 's avonds op Versiliënbosch bezoek. Uiteraard waren de kinderen nieuwsgierig wie er op bezoek was. Hiervoor was het volgende bedacht. "Mam, ich mot noa de WC" Om op de WC te komen moest je door de kamer/keuken, dus kon je zien wie op bezoek was. Na een poos waren 'Sjaak en Irma dit beu. Je mocht na de "grote boodschap" niet meer doorspoelen. Bij het lezen van dit verhaal mogen Sjaak en Irma best weten dat het enorme inspanningen heeft gekost een "hoopje" te produceren. Weg van Versiliënbosch is de enige oplossing. Er komt een woningruil tot stand met een familie die niet in Palemig wil gaan wonen. Familie Paas is thuis waar ze horen, in Palemig. 8 Jaar hebben de Paashazen op Versiliënbosch gewoond. Zomer 1946 tot en met December 1954. In 1955 wordt de jongste telg van de famille geboren, Marie Joze. Marté werkt op dat moment bij de boer Habets, en wordt van het heugelijke feit door een "steppende" broer Wino op de hoogte gebracht. Vijf kinderen, het valt niet mee om de touwtjes aan elkaar te knopen. Toerisme is de nieuwe rage. Wie kwam er op het idee een advertentie in de Telegraaf te plaatsen? Ja hoor, huize Paas wordt omgetoverd tot een heus pension. Het huis was al te klein voor Pa, Ma en 5 kinderen, maar een kompleet gezin van 5 vakantiegangers kon er nog gemakkelijk bij. Het waren families uit Rotterdam. Familie Zevenbergen en famille Scheuldemans uit Rotterdam-Zuid . Maar als pensionhoudster is Irma alweer te royaal. Na een paar jaar wordt deze business dan ook gestaakt. De vakantiegangers uit Rotterdam zijn vrienden geworden en zijn zelfs gasten op de bruiloft van Sjannie en Free, ene jong van de Molenberg. De kinderen worden groot en trouwen en krijgen kinderen. Sjaak en Irma vinden nieuwe activiteiten. De kaartclub, de kegelclub. Irma is enkele jaren actief voor de bejaarden van Palemig. Sjaak heeft de gewoonte na het eten de WC op te zoeken. Op een dag heeft hij pech. Irma zit de zaak bezet te houden. Sjaaks nood is echter erg hoog en hij roept: "Irma sjeet op, ich doog angesch in de brook". Gelukkig roept Irma: "Joa, ich bin vedig, 'n ogeblik". Het ogenblik duurt Sjaak echter te lang, want hij maakt met geopende broek met de ene hand de deur open en met de andere hand trekt hij Irma van de WC. Met haar onderbroek op de knieën staat ze op de gang en kan niets anders doen dan te gieren van het lachen. Nog een pikante gebeurtenis in het leven van Sjaak en Irma. Het was in de nacht van carnavals-zondag. Sjaak en Irma, tezamen met hun vrienden Trudy - Mie - Húúb - Wiel enz. komen waggelend naar huis. Zoals de gewoonte is wordt er nog wat gelachen op de hoek van de Pleyweg. Er ligt echter een flink pak sneeuw, daarom gebeurt dit midden op straat. Een auto, komende van de Kakert, is genoodzaakt voor het vrolijke gezelschap te stoppen en komt vast te zitten in de sneeuw. Het gezelschap bied de chauffeur aan "d 'r auto aa te deuje". De chauffeur wordt kwaad, stapt uit de auto en duwt Trudy in de sneeuw. Vanuit de auto. roept een vrouw "Sjeng, pak de autokrik, en sla ze kapot". Bij het horen van deze woorden vlucht iedereen weg. Gelukkig is het bij dit dreigernent gebleven. Het waggelen is nog eens teruggekomen toen Sjaak en Irma een bezoek brachten aan camping "De Watertoren". Sjaak ging mee trimmen in de kantine en meent daar een oude koempel te herkennen. Dat ging zo: "Bis doe der Dorenberg?". Der Frens fronst de wenkbrauwen en antwoordde: Bis doe der Kúúb va de Veer?" Hierna zeiden beiden "Noe leck mich am arsch", waarna over en weer de herinneringen volgden van de jaren welke ze samen op de ON4 werkten. Natuurlijk volgde na elk sterk stukje de nodige pilsjes, zodat Sjaak op zijn wenkbrauwen naar de tent terugkeerde waarna hij als een volleerde Tarzan in een hangmat zijn roes heeft uitgeslapen. Dit is de enige keer dat Sjaak op een dag nuchter op bezoek ging, dronken werd en naderhand weer nuchter naar huis is teruggegaan In deze familiekroniek kan niet alles genoteerd worden wat in het leven van het 50-jarige bruidspaar is gebeurd. Daarom een einde met een aantal kreten welke hopelijk later weer een sappig verhaal opleveren. Wie kan de kreten plaatsen in deze kroniek? Heeft vroedvrouw Benzen tegen Sjaak gezegd toen hij bij de geboorte van één van zijn kind eren weg wou "HEJ BLIEFSTE"? Wie maakt dit verhaal af "Un rolke fib en un rolke fab, en ing topnold om te toppe". Wie vroeg in Den Haag om een Kroezelvlaai? Wie was Annie Ruette en wie "de Küsche Oma"? Wat betekent de kreet "PIETSJAAK''? Heeft Irma Sjaak een keer met een biljartkeu geslagen? Is er ooit een Turk op bezoek geweest die zich erover verwonderde dat Sjaak 5 kinderen had en dat allemaal bij slechts één vrouw? Wie heeft gezegd " Man koom es, deé vieze likt naksj bei mich in ge bed!"? Wie heeft gezegd 'Wie zit er bij Tante Paas in de kersenboom?"
Familie-kroniek

Feestgids

Artikel geschreven voor de feestgids ter gelegenheid van 50 jarige bruiloft van Echtpaar Paas-Meessen Irma wordt geboren op 28 december 1920. Zij is de eerste van het echtpaar Dien en Sjeng Meessen. De geboorte vindt plaats in de Geerstraat, boven de poort en naast Ome August. Haar opa en orna heten Frederik-Hubert Meessen en Maria Elisabeth van Lo. Irma gaat naar school op de Maria-school in de Looierstraat. Hier blijkt dat ze goed kon schrijven en tekenen, vooral met oost-indische inkt. Op school staat ze bekend als Irmke. Irma weet, ondanks voortdurende plagerijen van haar vader, zich de Charleston eigen te maken. Het feit dat ze geen hakken meer onder haar schoenen mocht hebben doet daar niets aan af. In de gemeente Schaesberg, om precies te zijn in het buurtschap Palemig, wordt op 16 juni 1917 een zoon Johan Jacob bij het jonge stel Mathijs Joseph Paas en Maria Josepha Starmans geboren. Het geboortehuis is het huis waarin oom Nikola heeft gewoond. Het huis staat er nu nog: Sint Barbarastraat 122, het huis van kapsalon Alex Packbiers (in 1989). Sjaak is de eerste van 3 kinderen. Hij gaat in zijn jeugdjaren naar de Amoldusschool in schandelen. De jonge Paas blijkt een studiebol te zijn. Na alle klassen te hebben doorlopen gaat hij naar de mulo. Nadar hij 2 jaar op de mulo heeft doorgebracht is hij afgestudeerd. Hij gaat het stadse leven in en wordt verkoper bij de Heerlense firma Pieters Dorty. Wat hij verkoopt is kostuums. Verkopen heeft hij al vroeg geleerd. Zijn ouders hadden in Palemig ook een winkel. Sjaaks kreet, "Mam 't hupke eëlend is in d'r winkel" is historie geworden! In oktober 1938 begint hij ondergronds te werken. De OVS (Ondergrondse Vakschool) werd overgeslagen, want ondergronds kon je meer verdienen. Om houwer te worden moest je eerst een aantal jaren ondergronds als sleper werken. Als dat naar tevredenheid geschiedde, dan werd je bevorderd naar loonklasse 7/10. Na nog een jaar ging je dan naar loonklasse 8/10. Hierna kon je examen doen als houwer en als je dat met goed gevolg aflegde kon je een volwaardig loon krijgen. Dit is bij Sjaak (Kúúb) ook gebeurd. In de winter van 1938 springt tussen Sjaak en Irma de eerste vonk over. Op de Meezenbroekervijver. Irmke en Sjaak mochten niet alleen gelaten worden, en kregen steeds een chaperonne mee, kleine Ria. Van afpersing was geen sprake, maar toch werd kleine Ria (toen 5 jaar) steeds voorzien van ijsjes. Ria kende de knappe vent uit Palemig al voordat Sjaak zijn opwachting deed bij famille Meessen. Toen Sjaak zieh kwam voorstellen kreeg Ria van haar vader de volgende opdracht: "Geef deé hier uns a hendje", Ria voldeed daaraan met het uitspreken van "DAG JONG". Op 19 oktober 1939 trouwt het jonge stel. De dreigende oorlog en de mobilisatie versnelt het huwelijk. Van de huwelijksnacht komt niet veel terecht. Van de Koningstraat (ouderlijk huis van Irma) komt n.l. onder aanvoering van een accordeonist een bruiloftstoet naar Palemig. Weg huwelijksnacht! De mobilisatie komt eraan, Sjaak vertrekt al snel naar Den Haag. Irma is daar een poos bij hem. Den Haag wordt onveilig gemaakt door die kleine Limburger en een Zeeuwse dienstkameraad Jan de Brouwer. Harde jaren die oorlog. Orie peuters worden geboren. Jeannie, Marté en Wino.: De "dikke Berta" knalt enorm, de V2's vliegen over. Veel eten is er niet. Dan is de oorlog voorbij. Om aan eten te komen wordt er gestolen uit een barak en zelfs uit eern auto. Dan komen de Amerikanen, Ene Charley McCue, en de andere Scotty. De oorlog is voorbij. Familie Paas verhuist naar Versiliënbosch, naar Vrouw Hulstein en Ciska Bruineberg, naar Kaspersak en Mestrini, naar [amilie Jansen op de Hoek, en naar Alie en Mat Aspers. De famille groeit, een keeshond komt erbij en d'r Ger "weét gebore". Het is de tijd van de hoorspelen, van de bonte dinsdagavond-trein. De kinderen gaan trouw om zeven uur naar bed. (worden gestuurd). Jacob Paas wordt schiethouwer op de Oranje Nassau IV. Met "d'r bleek en d'r pungel" en de boterhammen ingepakt in krantenpapier wordt dag in dag uit gezwoegd voor vrouw en kinders, Sjaak trachtte geld te sparen, dat lukte. Er werd alleen niemand betaald want Irma (een flinke meid nu) was te royaal. Sjaak doet aan thuisbankieren en verstopt 25 gulden in de lamp. De 25 gulden wordt uiteraard door Irma gevonden, want er moeten ook lampen gepoetst worden. Op een dag zit Sjaak aan tafel, thuisgekomen van dagdienst. Plotseling springt hij verschrikt op. Hij roept: "inne "Sjuuet is neet afgegange". Hals over kop gaat hij terug "noa de koel" en waarschuwt juist op tijd "de volgende schich", De dynamiet-patroon heeft geen nare gevolgen gehad. De familie wordt nog groter. Ria (dat ijsvretertje) is intussen getrouwd en komt een paar weken, samen met haar man Huub inwonen. Sjaak en Irma maken dan de grootste "reis" van hun leven. Schiphol en Volendam worden bezocht, Ria zorgt voor de kinderen, gaat met ze naar de Hitjesvijver en komt niet meer bij van het lachen als het gifkikkertje Wino probeert om met 2 benen in een pijp van een veel te grote zwembroek te komen. (of was het een zwempantalon ?) Sjaak zat in het bestuur van ''V.V. Nieuw Einde". Hij moest vaak naar vergaderingen, welke steevast uitlopen op een drinkgelag. Laat in de avond waggelde hij dan naar huis. Irma wilde dan nooit met hem praten. Dus werden dan de kinderen opgezocht. Die durfden toch niets terug te zeggen. Versílíënbosch is niet de juiste omgeving voor de opgroeiende kinderen. De jeugd vecht dag in dag uit, eerst tegen Heksenberg en daama tegen de Langeberg. Met katapult en slinger. Marté zit er geregeld tussen. Wino is bevriend met Matje Aspers. Hij brengt een goeie overjas naar de loemeleboer Piet en krijgt daar een paar knikkers voor. En een hoop last met een flink pak slaag. De Paasboys halen allerhande kattekwaad uit. Het zijn echte jonge boefjes. Namen zoais Knoest, Pukkel en Eisenhouwer zijn bijnamen welke in die periode vaak worden gehoord. Marté zit met een paar vrienden bij ene meneer Rijks aan de appels. Zij worden betrapt en Ríjks krijgt Marté te pakken. Hij sluit hem op in een schuur, in afwachting van de komst van de politie. Als je nagaat dat de politie van Heerlerheide met de fiets moest komen, dan kan je je voorstellen hoe lang Marté vermist is geweest. Oom agent heeft Marté toen naar huis gebracht (100 meter). Marté kreeg ze uiteraard flink op de sodemieter. En daama werd meneer Rijks (terecht) uitgescholden voor alles wat lelijk was. Soms kregen ze 's avonds op Versiliënbosch bezoek. Uiteraard waren de kinderen nieuwsgierig wie er op bezoek was. Hiervoor was het volgende bedacht. "Mam, ich mot noa de WC" Om op de WC te komen moest je door de kamer/keuken, dus kon je zien wie op bezoek was. Na een poos waren 'Sjaak en Irma dit beu. Je mocht na de "grote boodschap" niet meer doorspoelen. Bij het lezen van dit verhaal mogen Sjaak en Irma best weten dat het enorme inspanningen heeft gekost een "hoopje" te produceren. Weg van Versiliënbosch is de enige oplossing. Er komt een woningruil tot stand met een familie die niet in Palemig wil gaan wonen. Familie Paas is thuis waar ze horen, in Palemig. 8 Jaar hebben de Paashazen op Versiliënbosch gewoond. Zomer 1946 tot en met December 1954. In 1955 wordt de jongste telg van de famille geboren, Marie Joze. Marté werkt op dat moment bij de boer Habets, en wordt van het heugelijke feit door een "steppende" broer Wino op de hoogte gebracht. Vijf kinderen, het valt niet mee om de touwtjes aan elkaar te knopen. Toerisme is de nieuwe rage. Wie kwam er op het idee een advertentie in de Telegraaf te plaatsen? Ja hoor, huize Paas wordt omgetoverd tot een heus pension. Het huis was al te klein voor Pa, Ma en 5 kinderen, maar een kompleet gezin van 5 vakantiegangers kon er nog gemakkelijk bij. Het waren families uit Rotterdam. Familie Zevenbergen en famille Scheuldemans uit Rotterdam-Zuid . Maar als pensionhoudster is Irma alweer te royaal. Na een paar jaar wordt deze business dan ook gestaakt. De vakantiegangers uit Rotterdam zijn vrienden geworden en zijn zelfs gasten op de bruiloft van Sjannie en Free, ene jong van de Molenberg. De kinderen worden groot en trouwen en krijgen kinderen. Sjaak en Irma vinden nieuwe activiteiten. De kaartclub, de kegelclub. Irma is enkele jaren actief voor de bejaarden van Palemig. Sjaak heeft de gewoonte na het eten de WC op te zoeken. Op een dag heeft hij pech. Irma zit de zaak bezet te houden. Sjaaks nood is echter erg hoog en hij roept: "Irma sjeet op, ich doog angesch in de brook". Gelukkig roept Irma: "Joa, ich bin vedig, 'n ogeblik". Het ogenblik duurt Sjaak echter te lang, want hij maakt met geopende broek met de ene hand de deur open en met de andere hand trekt hij Irma van de WC. Met haar onderbroek op de knieën staat ze op de gang en kan niets anders doen dan te gieren van het lachen. Nog een pikante gebeurtenis in het leven van Sjaak en Irma. Het was in de nacht van carnavals-zondag. Sjaak en Irma, tezamen met hun vrienden Trudy - Mie - Húúb - Wiel enz. komen waggelend naar huis. Zoals de gewoonte is wordt er nog wat gelachen op de hoek van de Pleyweg. Er ligt echter een flink pak sneeuw, daarom gebeurt dit midden op straat. Een auto, komende van de Kakert, is genoodzaakt voor het vrolijke gezelschap te stoppen en komt vast te zitten in de sneeuw. Het gezelschap bied de chauffeur aan "d 'r auto aa te deuje". De chauffeur wordt kwaad, stapt uit de auto en duwt Trudy in de sneeuw. Vanuit de auto. roept een vrouw "Sjeng, pak de autokrik, en sla ze kapot". Bij het horen van deze woorden vlucht iedereen weg. Gelukkig is het bij dit dreigernent gebleven. Het waggelen is nog eens teruggekomen toen Sjaak en Irma een bezoek brachten aan camping "De Watertoren". Sjaak ging mee trimmen in de kantine en meent daar een oude koempel te herkennen. Dat ging zo: "Bis doe der Dorenberg?". Der Frens fronst de wenkbrauwen en antwoordde: Bis doe der Kúúb va de Veer?" Hierna zeiden beiden "Noe leck mich am arsch", waarna over en weer de herinneringen volgden van de jaren welke ze samen op de ON4 werkten. Natuurlijk volgde na elk sterk stukje de nodige pilsjes, zodat Sjaak op zijn wenkbrauwen naar de tent terugkeerde waarna hij als een volleerde Tarzan in een hangmat zijn roes heeft uitgeslapen. Dit is de enige keer dat Sjaak op een dag nuchter op bezoek ging, dronken werd en naderhand weer nuchter naar huis is teruggegaan In deze familiekroniek kan niet alles genoteerd worden wat in het leven van het 50-jarige bruidspaar is gebeurd. Daarom een einde met een aantal kreten welke hopelijk later weer een sappig verhaal opleveren. Wie kan de kreten plaatsen in deze kroniek? Heeft vroedvrouw Benzen tegen Sjaak gezegd toen hij bij de geboorte van één van zijn kind eren weg wou "HEJ BLIEFSTE"? Wie maakt dit verhaal af "Un rolke fib en un rolke fab, en ing topnold om te toppe". Wie vroeg in Den Haag om een Kroezelvlaai? Wie was Annie Ruette en wie "de Küsche Oma"? Wat betekent de kreet "PIETSJAAK''? Heeft Irma Sjaak een keer met een biljartkeu geslagen? Is er ooit een Turk op bezoek geweest die zich erover verwonderde dat Sjaak 5 kinderen had en dat allemaal bij slechts één vrouw? Wie heeft gezegd " Man koom es, deé vieze likt naksj bei mich in ge bed!"? Wie heeft gezegd 'Wie zit er bij Tante Paas in de kersenboom?"
Familie-kroniek